LIBANON
Liefde onder vuur

Voor het eerst vertellen niet alleen Nederlandse militairen en veteranen, maar ook hun geliefden in één boek over de invloed van een militaire missie op hun leven. Wat maken de militairen mee tijdens hun uitzending naar Srebrenica, Cambodja, Korea, Irak, Rwanda of Afghanistan? Wat betekent het je geliefde te zien vertrekken naar een gevaarlijk gebied met de kans elkaar niet meer terug te zien? Hoe pak je na een missie samen de draad weer op?
Liefde onder vuur is een uniek tijdsdocument over de verschillende missies uit de Nederlandse geschiedenis en de ontwikkeling van de nazorg door de jaren heen. Deze verhalenbundel geeft een bijzondere kijk in het persoonlijke leven van soldaten die uitgezonden zijn geweest naar een oorlogsgebied, en hun partners. Hun liefdesgeschiedenissen laten zien hoe mensen in vaak moeilijke omstandigheden verder gaan met hun leven. Sommigen worstelen met de gevolgen van een posttraumatische stress-stoornis, anderen hervonden de liefde weer. Soms is het de eerste keer dat de geïnterviewden hun verhaal vertellen, want het stuitte op onbegrip, het was te moeilijk, niemand die er ooit naar vroeg. In dit boek delen ze hun ervaringen alsnog.
Meer info: patriciavandenbroek@gmail.com of surf naar www.uitgeverijnieuwland.nl

JE KOMT ANDERS TERUG
In 1983 werd Gerard Wondergem naar UNIFIL in Libanon uitgezonden als plaatsvervangend compagniescommandant, in 1992 in de rang van majoor als onafhankelijke VN-waarnemer naar voormalig Joegoslavië. Naar aanleiding van deze tweede uitzending schreef hij ‘Je komt anders terug. Aantekeningen uit het dagboek van een VN-waarnemer in Sarajevo en Kostajnica (Sector Noord)’. NRC Handelsblad publiceert op 16 januari 1993 een paginagroot interview met Wondergem onder de kop ‘Waarom zou ik sneuvelen voor ‘warlords’ in Joegoslavië?’.
BLAUWE BARETTEN TUSSEN 2 VUREN IN LIBANON
In dit boek de onopgesmukte weergave van het dagelijkse leven van de ruim 8.000 Nederlandse militairen die sinds maart 1979 in Libanon de vrede dienden als onderdeel van de VN. Zij vormden een buffer tussen de Palestijnse groeperingen met hun Libanese medestanders aan de ene kant en de door Israël gesteunde christen-militie van majoor Haddad aan de andere kant.
VREDESMACHT IN LIBANON
Dit prachtige en met vele foto's voorziene boek kwam uit in 2004. Net als in het bovenstaande boek wordt de UNIFIL-missie volledig belicht. Maar dit boek heeft meer. Het beschrijft ook het politieke getouwtrek tussen het ministerie van Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook de internationale politiek kwam om de hoek kijken toen Nederland in feite wel van de UNIFIL-missie afwilde. Druk van Amerika weerhield Nederland er echter van. Een prachtig naslagwerk voor iedere militair die in Libanon heeft gediend.
VREDESMACHT IN LIBANON
Vanaf maart 1979 vervulden Nederlandse militairen in Libanon een belangrijke vredesmissie. Meer dan 8000 Nederlandse militairen dienden bij het UNIFIL-bataljon.
In ‘In dienst van de vrede’ geeft lkol J.C.L. Bolderman, die in 1982 in Libanon diende, een helder en nuchter beeld van het werk dat UNIFIL deed. Het zijn de ervaringen van één persoon waardoor het een boeiend en betrokken verhaal is geworden over de taak die het Nederlandse bataljon in Libanon verichtte.
ALLEEN KINDEREN HUILEN

BlueHelmets Lid Ron de Vos (1961), geboren en getogen in Amsterdam, nam als negentienjarige dienstplichtig militair deel aan de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL). Gedurende bijna zeven maanden was hij postcommandant van infanteriepost 7-12. De gevechtshandelingen daar, en de dood van een soldaat in het bergachtige gebied aan de noordgrens van Israël waren ingrijpende gebeurtenissen die de basis vormden voor zijn latere schrijfwerk. Na de dienstplicht studeerde hij onder meer sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en bedrijfskunde aan de universiteit te Keele (Groot-Brittannië). Hij verdiepte zich in nog meer vakgebieden, zoals bestuurskunde en performance management. Hij werkt tegenwoordig voor de overheid, is getrouwd en heeft vier kinderen.

De Vos is jong met schrijven begonnen. Aanvankelijk schreef hij instructies voor diverse opleidingen, maar ook verhalen over zijn vele zeezeilreizen. Het menselijke gedrag in teams staat meestal centraal in zijn werk en hij analyseert interactie op een bijzondere wijze en vanuit wisselende subjectieve perspectieven. Hij maakt de alledaagse gewone dingen, die juist belangrijk en sterk bepalend zijn voor gedrag, zichtbaar en tegelijkertijd voelbaar. Herkenning is een sterk punt in zijn werk, en daardoor is het moeilijk zijn boeken neer te leggen. Ze laten zich niet kwantificeren als een optelsom van dialogen of vertelsituaties; maar gevoel en emotie komen werkelijk tot leven.
Andere boeken van Ron de Vos
Waarnemers op heilige grond

Al bijna vijftig jaar zijn Nederlandse militairen ooggetuige geweest van het Israëlisch-Arabische conflict. Zij waren erbij toen in 1956 de Suez-crisis uitbrak, stonden in de frontlijn toen de Zesdaagse Oorlog van 1967 ontbrandde, maakten in 1973 de Oktoberoorlog mee, beleefden de Libanese burgeroorlog vijftien jaar lang van nabij en waren ter plaatse tijdens de Palestijnse intifada’s, de Golfoorlog van 1991 en het moeizame vredesproces van de jaren negentig.
Buiten het oog van het grote publiek stuurt Nederland al sinds 1956 beroepsofficieren van de landmacht, luchtmacht en marine naar de VN-waarnemingsmissie UNTSO (United Nations Truce Supervision Organization) in het Midden-Oosten. Waarnemers op heilige grond vertelt de feiten en achtergronden van het slepende conflict in het Midden-Oosten, gezien door de ogen van deze Nederlandse officieren. Het beschrijft wat zij zagen en meemaakten, waarover zij rapporteerden aan de Veiligheidsraad in New York en hoe zij een bijdrage leverden aan de pogingen van de internationale gemeenschap om het conflict in te dammen en op te lossen.
Waarnemers op heilige grond is een noodzakelijk boek met een unieke invalshoek voor iedereen die belangstelling heeft voor het complexe Midden-Oosten-conflict en het vredeswerk van de Verenigde Naties in de regio.

BOSNIE - HERZEGOVINA
HERINNERINGEN AAN SREBRENICA

Voor het eerst vertellen 171 Nederlandse blauwhelmen over hun vredesmissie in Srebrenica. Over wat er met hen en om hen heen gebeurde. Over kou, soldatenlol, moslimvrienden en zwaaien naar de Serviërs. Over wachtlopen, saamhorigheid, afzien en mortierinslagen. Maar vooral over vluchten, angst, machteloosheid en woede. Er zijn duizenden verhalen in de pers verschenen over Srebrenica maar in die verhalen bleef één groep zo goed als onzichtbaar: de Nederlandse soldaten die er waren. In juli 1995 veroverden de Bosnische Serviërs de enclave Srebrenica. De paar honderd licht bewapende Nederlandse blauwhelmen werden van hun posten verjaagd en deels gegijzeld. Duizenden moslimmannen werden vermoord, tienduizenden vrouwen en kinderen afgevoerd. Terug in Nederland wachtten de soldaten hoon en verachting. Pers, politiek en publiek oordeelden dat ze medeschuldig waren aan moord en deportatie. Herinneringen aan Srebrenica levert vooral een onverwachte, onthutsende kijk op de maanden die ons nationale trauma zijn geworden

HERINNERINGEN DO SOMETHING GENERAL
Van juli 1993 tot januari 1994 was Francis Briquemont de commandant van het BIH Command van UNPROFOR.
Evenals zijn voorganger, de Fransman Philippe Morillon, en zijn opvolgers, de Britten Sir Michael Rose en Rupert Smith, kampte hij met het probleem dat de moderne grondtroepen van tegenwoordig blijkbaar niet afdoende zijn uitgerust om mogelijke conflicten in de 20ste en 21ste eeuw aan te pakken. Of wel degelijk goed zijn toegerust, maar volgens het mandaat niets mogen!
FIRST-IN
De ervaringen van de commadant Bravo-Compagnie Dutchbat-1 in Srebrenica.
ERIK JELLEMA
Missie zonder vrede
Eindrapport van een parlementaire enquêtecommissie over de oorzaken en gevolgen van het mislukken van een vredesoperatie in voormalig Joegoslavië in 1995, waar Nederlandse VN-militairen bij Srebrenica niet het leven van enkele duizenden moslims konden redden.
Srebrenica, Who Cares?

Thomas J.P. (Thom) Karremans ( Apeldoorn, 1948 ) is een Nederlandse militair.
Karremans was Luitenant-kolonel van Dutchbat toen de Bosnische plaats Srebrenica in juli 1995 werd ingenomen. Hij kreeg veel kritiek over de wijze waarop hij tijdens de val functioneerde en over enkele uitspraken die hij na de val deed. In het Srebrenica-rapport van het NIOD wordt hij echter grotendeels vrijgepleit.
Karremans volgde zijn militaire opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie, waarna hij in 1979-1980 deel uitmaakte van de UNIFIL-vredesmacht in Libanon. In de jaren tachtig was hij gestationeerd in het Waalse Bergen (België), waar hij zich op het NAVO-hoofdkwartier bezighield met wapenbeheersing.
In 1991 deed Karremans zijn eerste ervaring op in Bosnië, als verbindingsofficier bij de EG-waarnemingscommissie. Daarna werd hij commandant van een infanteriebataljon in Assen.
In 1994 werd Karremans benoemd tot commandant van Dutchbat III, dat naar Srebrenica werd uitgezonden. Op 11, 12 en 13 juli 1995 kreeg dit bataljon te maken met de inname van de enclave door Servische militairen. Karremans vroeg de NAVO om luchtsteun, die te laat arriveerde en te weinig voorstelde om de Servische opmars tegen te houden. Karremans onderhandelde met de Servische bevelhebber Ratko Mladić over een vrije aftocht voor de ingesloten burgers. Mladić verweet hem dat hij de Servische troepen had laten aanvallen. "I'm just the pianist", zei Karremans ter verontschuldiging. "You are a bad pianist", was het antwoord van Mladić. Een dag later waren op aanwijzing van Karremans zijn manschappen behulpzaam bij het scheiden van de mannen van de vrouwen en kinderen. Na deze actie kreeg Karremans als relatiegeschenk van Mladić een schemerlamp. Tijdens de ontvangst van de schemerlamp sprak Karremans de woorden "Is this for my wife ? Is this for my wife ?". Karremans heeft nooit geprobeerd opheldering te verkrijgen van Mladić over het lot van de afgevoerde jongens en mannen. Voor het massaker in Srebrenica was Karremans al op de hoogte geweest van executies door Servische troepen in Potocari, waarover hij als commandant eveneens maar gedeeltelijk verslag aan zijn meerderen had uitgebracht. Enkele dagen na de massamoord in Srebrenica deed Karremans op een persconferentie in Zagreb de curieuze uitspraak: "Er zijn in deze oorlog geen good guys en geen bad guys".
Na de val van Srebrenica bleek dat zijn superieuren destijds in dubio waren geweest over zijn aanstelling. Tijdens oefeningen in Duitsland bleek dat hij te vaak twijfelde om in Srebrenica op de juiste wijze te kunnen optreden.
Na zijn pensionering vestigde Karremans zich in Spanje. In 1998 publiceerde hij zijn ervaringen over Srebrenica onder de naam "Srebrenica, Who Cares?: een puzzel van de werkelijkheid"
Srebrenica
Wat gebeurde er voor, tijdens en na de val van Srebrenica? In een handzame uitgave zijn de 3400 pagina's van het officiële NIOD-rapport samengevat.
Dit is de samenvatting van het uitgebreide relaas over de complexe tragedie van een 'veilige' enclave, samengesteld door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie. De val van de enclave Srebrenica in Bosnië houdt de gemoederen al sinds 1995 bezig. Met de val van het kabinet na het verschijnen van het Srebrenica-rapport op 10 april 2002 en de start van de parlementaire enquête dit najaar is de politieke affaire nog niet ten einde.
De eindredacteur van het hoofdrapport, Peter Bootsma, vat het omvangrijke rapport op overzichtelijke wijze samen, met elementen uit de verschillende deelstudies erin (in het bijzonder de intelligence-studie). Daarnaast zal deze uitgave nieuwe informatie bevatten over de nasleep van het rapport, zoals de val van het kabinet.
Hier Romeo, we gaan rijden
De Oorlog in voormalig Joegoslavië is voor veel mensen moeilijk te begrijpen. Toch gaan al vanaf begin jaren '90 ieder jaar honderden Nederlandse militairen naar dit land en nemen deel aan vredesondersteunende operaties. In juli 1995 werd iedereen in Nederland opgeschrikt door de gebeurtenissen rond Srebrenica. De media hebben veel aandacht besteed aan de val van de enclave en de belevenissen van de Dutchbat-militairen. Toch waren er ook zéér veel andere mensen betrokken bij dit alles. Dit boek gaat over een aantal van die andere mensen. Het beschrijft de laatste drie Nederlandse konvooien naar de enclave Srebrenica. De lezer maakt de konvooien zelf mee. Hij krijgt inzicht in de voorbereidingen, de uitvoering, de gereden routes, de tegenslagen, het wachten, de samenwerking en veel andere aspecten die bij de uitvoering van deze konvooien een rol hebben gespeeld.
CAMBODJA
HET MIJNENVELD VAN EEN VREDESMACHT
We hebben gewoon geluk gehad,’zegt een militair over het geringe aantal slachtoffers onder de bijna 3.000 Nederlandse blauwhelmen die tussen mei 1992 en oktober 1993 in Cambodja dienden. Alle ingrediënten voor gewelddadige incidenten met bloedige afloop waren aanwezig. De VN-operatie was slecht voorbereid en moest op een koop je. De bevelsverhoudingen waren onduidelijk en de coördinatie was zoek. ‘New York’, het zenuwcentrum van iedere VN-operatie, leverde onuitvoerbare resoluties in plaats van heldere richtlijnen. De hier zo levendig beschreven ervaringen van ‘Onze jongens’ in Cambodja laten zien hoe moeilijk VN-soldaten het in oorlogsgebieden hebben.
ZIEK VAN DEFENSIE

Onderzoeks- en televisiejournalist Oscar van der Kroon vertelt in ‘Ziek van Defensie. Hoe een ministerie zijn militairen in de steek laat’ het verhaal van nazorg, die het ambtelijke apparaat van het Ministerie van Defensie individuele militairen onthoudt na uitzendingen.
Het boek is opgedragen aan Klazien van Brandwijk, die als humanistisch raadsvrouw meeging op een uitzending met het Korps Mariniers naar Cambodja.
Naar aanleiding van Van der Kroon’s boek én van ‘Met stille trom. De naweeën van de nieuwe oorlog’ van Marleen Teugels deed gezondheidswetenschapper Maaike de Vries onderzoek naar lichamelijk onverklaarde klachten bij in 1992 en ’93 naar de vredesmissie UNTAC in Cambodja uitgezonden Nederlandse militairen. Op 16 april 2002 promoveerde zij op het onderwerp aan de Katholieke Universiteit Nijmegen met haar proefschrift ‘Post-Deployment Syndrome in Cambodia Veterans’ (Uitgeverij Ponsen & Looijen, 112 pagina’s); in het blad Civiel/Militair (nummer 4, 2002) van de Stichting Maatschappij & Krijgsmacht publiceerde zij een samenvatting onder de titel ‘Zieke militairen: kijken naar de wereld achter de dingen’

IRAK
HET TWEEDE SCHOT

Vechten zou niet passen bij de aard van Nederlandse militairen. Koeltjes kopte HP/De Tijd in 1995: ‘Te lief voor oorlog. De weinig krijgshaftige geschiedenis van het Nederlandse leger’. Wel of niet reëel?
Nog in augustus 1992 weigerden de onderofficieren Hermens en Hoppenbrouwer terug te keren naar de Maarschalk Titokazerne in Sarajevo. Weigeren van een dienstbevel. Oneervol ontslag volgde en, gegeven het plichtsverzuim, werden beiden veroordeeld tot 4 maanden cel in Militair Penitentiair Centrum Nieuwersluis
Geert-Jan Knoops - topadvocaat, hoogleraar internationaal- en militair strafrecht én reserveofficier bij het Korps Mariniers - heeft zijn eerste niet-wetenschappelijke boek gewijd aan het lawaaierige proces rondom sergeant-majoor Eric O. van het Korps Mariniers, die vanuit Irak op verdenking van moord, doodslag dan wel dood door schuld in een Nederlandse rechtszaal belandde. ‘Het tweede schot’ is een prettig leesbare en op de realiteit gebaseerde roman geworden.
Op 27 december 2003 zou Eric O., marinier sinds 1979, de geweldsinstructie hebben overtreden door een waarschuwingsschot in de grond te lossen. Er zou geen sprake zijn geweest van een dreigende situatie met alibaba’s, maar door de gericocheerde (afgeketste) kogel zou een Irakese plunderaar zijn omgekomen. Eric O. werd aangeklaagd.
Het werd een uiterst discutabele zaak, die aan alle kanten rammelde. Het Openbaar Ministerie wilde koste wat kost een veroordeling. Met waarheidsvinding had het bar weinig te maken. Er was geen lijk, de Koninklijke Marechaussee beging stommiteiten, getuigen werden door de Officier van Justitie onder druk gezet, ontlastend bewijsmateriaal bleek op raadselachtige wijze onvindbaar en Eric O. was én is allesbehalve trigger happy. Door juridische vooringenomenheid werd Eric O., na een veel te lange procesgang, door zowel rechtbank als hof in Arnhem op alle punten vrijgesproken.
De affaire-Eric O. is in elk geval voor alle militairen in Nederland historisch én rijp voor de (krijgs)geschiedschrijving: het kan nu alleen maar duidelijker worden wat exact de richtlijnen zijn voor Nederlandse militairen in uitzendgebieden. Knoops concludeert aan het einde van zijn boek dat het militaire strafrecht in Nederland – dat dateert van 1928 – zal moeten worden aangepast aan het karakter van moderne crisisbeheersingsoperaties. Dit is een absolute vereiste, nu op Peace Support Operations allang is gebleken dat vechten wel degelijk deel kan uitmaken van de aard van Nederlandse militairen. Nederlanders zijn niet te lief en als het moet krijgshaftig.
De testcase tegen Eric O. was alleen “bedoeld om een principe-uitspraak uit te lokken over de juridische status van geweldsinstructies en geweldsoptreden door Nederlandse militairen in het buitenland.” (blz. 117). Justitie wilde kost wat kost een veroordeling om zijn gezicht te redden (blz. 124). Oliedom van het Openbaar Ministerie.Het befaamde tweede schot uit de titel van Knoops’ boek was uiteraard alleen maar bedoeld om plunderen (‘looting’) door alibaba’s te voorkomen én om eigen mensen te beschermen. Een militair commandant, dus ook een commandant van een Quick Reaction Force als Eric O., moet een zekere ‘discretionaire vrijheid’ hebben om een operationele situatie zelf te beoordelen en ernaar te handelen. M.a.w. zelfstandig mogen oordelen dat wij niet ‘lief’ hoeven te worden gevonden bij het werken in oorlogsgebieden.
Op 31 augustus 2006 verscheen de ‘Evaluatie toepassing militair strafprocesrecht bij uitzendingen’ van een commissie onder voorzitterschap van mr. Harry Borghouts, Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Holland. Zonder hierover een oordeel te vellen, wordt in het voorwoord aangegeven: “Uit de commotie rond de rechtszaak tegen Eric O. is onder meer gebleken dat er bij sommigen onduidelijkheid bestond over de vraag welke regels er gelden en op welke wijze zij dienen te worden toegepast.”
Bij sommigen??? Bij wie niet…

Mijn oorlog
Colby Buzzell was een grunt: een van de vele soldaten die dagelijks streden in de frontlinie tussen de puinhopen van Irak. Om te beschrijven wat hij meemaakte begon hij aan een weblog. Omdat het nieuws op zijn log niet werd gefilterd zoals dat wel gebeurde bij kranten en tv-stations won het gestaag aan populariteit totdat zijn meerderen er een einde aan maakten.
Mijn oorlog is meer dan het verslag van het dagelijkse leven van een frontsoldaat - het is tevens een genadeloze aanklacht tegen de onmenselijkheid van de oorlog en tegen de politici die de aanval aan het publiek verkochten als een noodzakelijk kwaad. Mijn oorlog is al de Catch-22 van deze generatie genoemd.